Een introductie
De Nederlandse aquacultuursector richt zich op schelpdier- en visteelt. De vraag naar gekweekte vis en schaaldieren neemt mondiaal toe, en de visie is dat Nederland deels aan deze toekomstige vraag kan voldoen. Hier liggen kansen en voordelen maar ook bedreigingen. Groei in teelt houdt in dat de druk op wilde bestanden vermindert, en levert daardoor ook een bijdrage aan het in stand houden van aquatische ecosystemen. In het bijzonder het kweken van herbivore en omnivore soorten, waarvan de vleeskwaliteit beantwoord aan de vraag van de (Nederlandse) consument vermindert de vraag naar vismeel en visolie, producten verantwoordelijk voor > 20% van de visvangst op zee. Voorbeelden van dergelijke soorten zijn tilapia in de visteelt, en mosselen of oesters in de gecontroleerde schelpdierteelt.
Ontwikkeling van de aquacultuur dienen aan een aantal randvoorwaarden te voldoen. Bij de schelpdierteelt dient er aandacht te zijn voor andere gebruikersfuncties van onze kustwateren zoals omschreven in Europese wetgeving. Voorbeelden hier zijn de “Kaderrichtlijn Water” en de “Vogelrichtlijn”.
Dergelijke randvoorwaarden plaatsen de Nederlandse sector in een uitdagende, niet altijd gemakkelijke, concurrentiepositie. Echter, een dynamische en slagvaardige sector kan deze uitdagingen het hoofd bieden.