De Nederlandse kweek van schelpdieren is vrijwel volledig gebaseerd op het opvissen van wild zaad, jonge schelpdieren. Dit zaad wordt vervolgens opgevist en uitgezaaid op percelen. De verdere kweek vindt practisch alleen hier plaats. Deze percelen worden door de overheid verpacht en liggen in:

a) Oosterschelde
b) Westerschelde
c) Grevelingenmeer
d) Waddenzee
e) Voordelta
f) Noordzee
Deze produktiegebieden zijn verdeeld in een aantal compartimenten, te weten: 4 voor de Oosterschelde, noord, midden, west en oost waarvan in het oostelijk deel de verwatergebieden.
De Westerschelde en Grevelingen hebben geen compartimenten en de Waddenzee vier (zuid, midden noord en oost). Voor mosselen worden er ongeveer 5600 percelen verpacht met een totaal oppervlak van 8500 hectares. In het geval van de oester is dit ongeveer 2000 percelen met een oppervlakte van 3180 hectare (bron Productschap vis).
Deze vorm van aquacultuur heeft dus een redelijk wild karakter. Er zijn echter ontwikkelingen in deze kweekmethoden. De huidige en nieuwe ontwikkelingen worden besproken in dit gedeelte van de site. Ook worden de verschillende gekweekte soorten uiteengezet.